Je hoort mensen vaak zeggen dat ze later nog van alles willen. Een wereldreis maken. Een boek schrijven. Gezonder leven. Minder werken. Meer vrijheid. En vaak klinkt het nog best overtuigend ook. Totdat “later” langzaam verandert in nooit. Dan wordt het zo’n zin die mensen over hun eigen leven zeggen: ja, dat wilde ik vroeger eigenlijk altijd nog wel een keer doen. Maar uiteindelijk is het er niet van gekomen.
Dat vind ik altijd interessant. Want meestal ontbreekt het niet aan verlangen. Die wens was er vaak echt wel. Alleen blijft hij hangen in de categorie mooie gedachte. Iets voor ooit. Iets voor als het beter uitkomt. Iets wat nét niet serieus genoeg wordt genomen om er vandaag al keuzes aan op te hangen.
En precies daar gaat het volgens mij vaak mis.
Er zit namelijk nogal een verschil tussen iets een leuk idee vinden, en iets zo vaak tegenover jezelf benoemen dat het onderdeel wordt van hoe jij naar je eigen leven kijkt. Vanaf dat moment verandert er iets. Dan is het geen losse dagdroom meer die af en toe langskomt. Dan wordt het iets waar je je toe moet verhouden.
Je hersenen kunnen daar gek genoeg best goed bij helpen. Niet op een zweverige manier. Gewoon praktisch. Waar jij woorden aan geeft, krijgt meer gewicht. Wat jij blijft herhalen, gaat meer leven. En wat eerst nog een vaag verlangen was, wordt langzaam iets waar je keuzes op gaat aanpassen.
Dat heb ik zelf heel duidelijk gemerkt toen ik studeerde.
Op een gegeven moment wist ik vrij zeker dat ik na mijn studie langere tijd wilde reizen. Minimaal een half jaar. In mijn eentje. Een aantal vrienden had dat gedaan en dat leek me geweldig. Australië trok enorm, en duiken op het Great Barrier Reef zat ook al behoorlijk vast in mijn hoofd.
In het begin was dat gewoon een mooi idee. Zo’n plan waar je enthousiast van wordt als je eraan denkt, maar dat nog geen echte consequenties heeft. Tot ik het vaker hardop ging zeggen. Tegen vrienden. In gesprekken. Gewoon heel simpel: als ik klaar ben met studeren, ga ik eerst reizen. Minimaal zes maanden.
En hoe vaker ik dat uitsprak, hoe minder vrijblijvend het werd.
Toen ik bijna klaar was met afstuderen, vroeg de directeur van het bedrijf waar ik mijn onderzoek deed of ik even naar zijn kantoor wilde komen. Hij bood me mijn eerste baan aan. Mooie kans natuurlijk. Ik was er ook echt blij mee. Maar bijna automatisch zei ik erbij: dat klinkt super, maar ik wil wel eerst nog minimaal zes maanden op reis.
Achteraf vind ik dat misschien wel het interessantste moment van het hele verhaal. Blijkbaar had ik die keuze al zo vaak tegenover mezelf uitgesproken, dat ik er op dat moment niet meer zomaar omheen kon. Alsof dat besluit niet in dat kantoor werd genomen, maar al veel eerder. Uiteindelijk heb ik die reis ook gewoon gemaakt. En pas een half jaar later begon mijn werkende leven.
Ik weet niet zeker of dat ook was gebeurd als ik het al die tijd alleen als stille wens in mijn hoofd had gehouden.
En het mooie is: dit werkt niet alleen bij grote plannen zoals een lange reis. Het werkt net zo goed bij iets veel alledaagsers. Gewoontes bijvoorbeeld. Of de manier waarop je jezelf ziet. James Clear schrijft daar in Atomic Habits sterk over. Hij koppelt gedrag niet alleen aan discipline, maar vooral aan identiteit. En dat is precies waarom dat boek voor zoveel mensen blijft hangen.
Niet: ik wil fitter worden.
Maar: ik ben iemand die fit is.
Dat lijkt een klein verschil, maar dat is het niet. Want zodra je dat als uitgangspunt neemt, verandert ook de vraag die je jezelf stelt. Niet meer: heb ik nu zin om iets gezonds te doen? Maar: wat zou een fit persoon in deze situatie doen? Trek ik mijn schoenen aan en ga ik sporten? Of plof ik op de bank? Pak ik gedachteloos nog wat troep uit de kast? Of eet ik zoals iemand eet die voor zichzelf zorgt?
En juist daar wordt het interessant.
Veel mensen hopen dat verandering vooral uit discipline komt. Dat je jezelf gewoon wat harder moet aanpakken. Dat je het nu eindelijk eens serieus moet doen. Maar meestal werkt het niet zo. Als jij diep vanbinnen nog steeds gelooft dat je iemand bent die snel afhaakt, altijd moe is, geen ritme heeft of het toch nooit lang volhoudt, dan wordt gezond gedrag al snel iets wat je even probeert. Geen onderdeel van wie je bent, maar een tijdelijke actie.
Dan wordt sporten een project. Gezond eten een fase. Focus een goed voornemen. En precies daarom valt het vaak weer uit elkaar.
Andersom werkt het gelukkig ook. Als jij jezelf vaker neerzet als iemand die bewust leeft, fit is, schrijft, rust bewaakt of focus belangrijk vindt, dan gaan je keuzes daar ook steeds logischer op aansluiten. Niet omdat het ineens vanzelf gaat. Wel omdat je gedrag minder los komt te staan van het beeld dat je van jezelf hebt.
Dat is denk ik ook waarom het helpt om doelen op te schrijven. Of ze uit te spreken. Of ze met anderen te delen. Niet om interessant te doen. En ook niet zodat het universum vervolgens voor je aan het werk gaat. Maar omdat jij zelf helderder maakt: dit is belangrijk voor mij. Dit is niet zomaar een losse ingeving. Dit is een richting.
En veel mensen slaan precies die stap over. Ze voelen best goed wat ze eigenlijk willen. Een fitter lichaam. Meer rust in hun hoofd. Een creatiever leven. Minder afleiding. Meer avontuur. Meer trouw zijn aan zichzelf. Maar ze houden het vaag. En zolang het vaag blijft, blijft het ook veilig. Dan hoef je er vandaag nog niets mee. Dan blijft het gewoon iets wat je misschien ooit nog eens zou kunnen doen.
Alleen zo glipt er dus ook van alles weg.
Veel plannen mislukken niet omdat ze onhaalbaar zijn. Ze mislukken omdat ze te lang vrijblijvend blijven. Omdat ze nooit verder komen dan een gedachte die af en toe langskomt. Iets waar je best enthousiast van wordt, maar niet genoeg om het echt een plek te geven in hoe je je leven inricht.
Dus als er iets is wat steeds bij je terugkomt, wuif het dan niet te snel weg.
Benoem het. Schrijf het op. Maak het concreet. Zeg hardop wie je wilt zijn. Of wat je gaat doen. Niet alles wat je uitspreekt wordt werkelijkheid. Natuurlijk niet. Maar heel veel blijft zeker fantasie zolang je zelf niet eens bereid bent om er woorden aan te geven.
Dat is misschien nog wel het hele punt.
De richting van je leven wordt niet alleen bepaald door de grote keuzes die je ooit maakt. Maar ook door de verhalen die je vandaag al tegenover jezelf blijft herhalen.

